7 antwoorden over landbouwverkeer op de openbare weg

7 antwoorden over landbouwverkeer op de openbare weg

Om ongevallen te voorkomen is het belangrijk dat landbouwverkeer veilig is. Er zijn veel regels die hierop betrekking hebben. Propositiemanager Jan-Willem Bolhuis van Univé beantwoordt zeven vragen over landbouwverkeer op de openbare weg.

1. Ik wil graag met mijn landbouwvoertuig op de openbare weg. Hoe breed mag het voertuig zijn? 

“Landbouwvoertuigen en -werktuigen mogen wettelijk maximaal drie meter breed zijn. Daarboven is een breedteontheffing mogelijk tot 3,50 meter. Deze ontheffing kan voor de meeste gemeenten en waterschappen worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Werktuigen die breder zijn dan 3,50 meter mogen in principe niet op de openbare weg. Voor deze voertuigen wordt in beginsel alleen incidentele ontheffing verstrekt voor een vaste route, voor een bepaalde datum en met een begeleidingsvoorschrift (particulier).”

2. Mag mijn lading uitsteken?

“Ja, dat mag omdat de lading niet altijd binnen de voertuigafmetingen vervoerd kan worden. Hier zijn echter wel regels aan gebonden. Lading die in de breedte uitsteekt, moet worden voorzien van een breedtemarkering. De borden moeten voldoen aan bepaalde maten.”

3. Wat zijn die maten?

“Het officiële voorschrift is: een vierkant bord van ten minste 0,42 meter bij 0,42 meter, of een rechthoekig bord van ten minste 0,28 bij 0,56 meter of 0,14 bij 0,80 meter, voorzien van parallel lopende diagonale strepen die afwisselend wit en fluorescerend of retro reflecterend rood zijn. De borden mogen niet smaller zijn dan 0,07 meter en niet breder dan 0,10 meter. Als het vervoer bij nacht plaatsvindt, moet ten minste één wit of rood licht gebruikt worden.”

4. Wat zijn de richtlijnen voor het zekeren van lading?

“Lading moet goed zijn gezekerd. Bij plotseling manoeuvres mag de lading niet van het voertuig kunnen vallen of glijden. De lading moeten zo zijn gezekerd dat deze onder normale verkeerssituaties, waaronder vol remmen, plotselinge uitwijkmanoeuvres en slecht wegdek, niet van het voertuig kunnen vallen.  Losse lading waarvan het gevaar bestaat dat deze of delen daarvan tijdens het rijden van het voertuig valt, moet goed zijn afgedekt.”

5. Moet ik mijn machines apart verzekeren als ik de openbare weg op ga?

“Volgens de wet is een ondernemer verplicht om motorvoertuigen die zichzelf kunnen voortbewegen (dus ook tractoren en heftrucks) minimaal te verzekeren voor aansprakelijkheidsschades, de zogenaamde ‘WA-verzekering’. Dit type verzekering dekt schade aan derden. Deze WA-verzekering, en de bijbehorende dekking, is afgestemd op het gebruik van de machines. Zo kan de verzekering afgesloten zijn voor het gebruik van de trekker voor agrarische werkzaamheden op het eigen bedrijf, maar ook voor ‘ander gebruik’ dan gebruik op het eigen agrarische bedrijf. Dan is de dekking van de verzekering ruimer en de premie ook hoger.

Trekkers worden ook nog wel eens gebruikt als  vervoersmiddel om bijvoorbeeld naar een trekkertrek of naar school te gaan. De dekking ‘gebruik op eigen agrarisch bedrijf’ is hier niet voldoende. Controleer goed welke verzekering er afgesloten is, voordat er met de trekker de weg op wordt gegaan.”

6. Wanneer wordt het trekkerrijbewijs ingevoerd?

Iedereen die met een trekker op de openbare weg rijdt, moet vanaf 1 juli 2015 een T-rijbewijs of een autorijbewijs (rijbewijs B) hebben. Het T-rijbewijs geldt ook voor bijna alle motorrijtuigen met beperkte snelheid. Het blijft wel mogelijk om zonder rijbewijs op bijvoorbeeld een akker rijden.”

7. Waarom vindt Univé het belangrijk om deze wet- en regelgeving onder de aandacht te brengen?

“Het komt helaas nog te vaak voor dat er slachtoffers vallen als gevolg van ongelukken met trekkers of andere landbouwvoertuigen. Het is belangrijk om in het verkeer altijd scherp te blijven, ook als het druk is op het bedrijf. In een speciale brochure attenderen we boeren en tuinders op de veiligheid op de openbare weg. De brochure ‘Landbouw Opvallend beter’ geeft landbouwers tips en trucs over hoe zij ongevallen in het verkeer kunnen voorkomen.”